Laat ik je iets vragen : heb je ook weleens dat gevoel gehad dat je kind eigenlijk anders leert dan wat het klassieke schoolsysteem verwacht ? Dat je denkt : “Oké, dit past niet helemaal… maar wat dan wél ?” Ik hoor het zo vaak. En eerlijk, ik herken het zelf ook. Het debat tussen Montessori en traditioneel onderwijs komt telkens terug, alsof we moeten kiezen tussen twee kampen. Maar in de praktijk is het vaak een stuk genuanceerder – en persoonlijker.

Franchement, terwijl ik een paar scholen bezocht – van die oude bakstenen gebouwen uit de jaren ’60 tot een Montessori-klas waar het naar hout en potloden rook – merkte ik hoe verschillend de sfeer kan zijn. Als je trouwens eens wil zien hoe sommige Montessori-scholen hun aanpak uitleggen, peut-être dat https://montessori-melun.fr je een beter idee geeft ; ik vond het zelf best verhelderend toen ik rondkeek.

Wat houdt Montessori nou écht in ?

Montessori klinkt soms bijna mysterieus, maar het principe is eigenlijk simpel : kinderen leren op hun eigen tempo, via zelfstandigheid en praktische ervaringen. In een Montessori-klas zie je kinderen die rondlopen, samen of alleen werken, materiaal kiezen dat hen echt aanspreekt. Geen rijen tafeltjes, geen leerkracht die bovenaan staat te declameren. Het voelt bijna een beetje als een atelier.

Maar werkt dat voor élk kind ? Nah. Sommige kinderen hebben juist die duidelijke structuur en voorspelbaarheid nodig. Toch vind ik het opvallend hoe vaak verlegen of droomachtige kinderen ineens openbloeien in Montessori-omgevingen, alsof iemand op de “ademruimte”-knop drukt.

En wat doet het traditionele onderwijs dan beter ?

Het traditionele systeem – het “klaslokaal zoals wij het kennen” – is gebouwd rond duidelijkheid, groepsritme en examenvoorbereiding. Laten we eerlijk zijn : voor veel kinderen werkt dat prima. Een vaste structuur, korte instructiemomenten, werkbladen die precies vertellen wat je moet doen. Het geeft houvast.

Ik herinner me zelf nog die lijntjes-schriftjes in groep 3, met die dikke blauwe randjes. Dat gevoel van “oké, ik weet precies wat ik moet doen” kan geruststellend zijn voor kinderen die anders snel overweldigd raken.

De grote vraag : welk systeem past bij jouw kind ?

Hier wordt het interessant. Want je zoekt niet “de beste methode ooit”. Je zoekt de beste match voor jouw kind. Daarom stel ik meestal een paar vragen :

  • Is mijn kind eerder zelfstandig of heeft het juist sturing nodig ?
  • Raakt mijn kind snel gestrest door druk of competitie ?
  • Wordt mijn kind gemotiveerd door vrijheid… of door duidelijke opdrachten ?
  • Hoe reageert mijn kind op groepsdruk en klassikale activiteiten ?

Een kind dat al vanaf jonge leeftijd zelf dingen wil uitzoeken – je kent ze wel, die mini-wetenschappers die ineens met een schroevendraaier in de hand staan – gaat vaak floreren in Montessori. Maar een kind dat gedijt op routine en richting kan juist ongelukkig worden in een omgeving die zoveel vrijheid biedt.

Hoe weet je het zeker ? (Spoiler : je weet het nooit 100%)

We maken het onszelf soms lastig door te denken dat één keuze alles bepaalt. Maar dat is echt niet zo. Ik heb ouders gesproken die dachten dat Montessori “te losjes” was… tot ze zagen hoe hun kind voor het eerst zelfverzekerd een taak afrondde zonder hulp. En andersom : ouders die dachten dat traditioneel onderwijs te streng zou zijn, terwijl hun kind net die structuur nodig had om tot rust te komen.

TIP die ik bijna altijd geef : ga gewoon eens kijken. Loop een kwartiertje rond tijdens een les (de meeste scholen vinden dat prima). Voel de sfeer. Kijk hoe de kinderen bewegen. Observeer je eigen kind als het kan meedoen. Je merkt het soms binnen vijf minuten : dat kleine glimlachje, dat rechte ruggetje, die twinkeling – of juist het omgekeerde.

Mijn conclusie ? Kies niet voor een methode… kies voor je kind.

Montessori en traditioneel onderwijs hebben allebei hun sterke punten. Montessori stimuleert autonomie, respect voor het kind en leren via ervaring. Traditioneel onderwijs biedt helderheid, ritme en voorbereiding op de verwachtingen van het “systeem” waarin we allemaal functioneren.

Maar jij kent je kind beter dan wie dan ook. Het gaat minder om labels en meer om : waar voelt mijn kind zich gezien, begrepen en écht vrij om te groeien ?

En eerlijk, als je nog twijfelt… dat is normaal. Je hoeft het niet perfect te doen. Je hoeft alleen maar nieuwsgierig te blijven. Daar begint alles.